Verzoekster, een biologisch pluimveehouder, kreeg op grond van een inspectie en monsters met glyfosaatbesmetting op twee uitlooppercelen een besluit tot decertificering van SKAL. Dit leidde ertoe dat de biologische status van haar hennen en eieren verloren ging. Verzoekster stelde dat het besluit tot aanzienlijke financiële schade en onomkeerbare gevolgen voor haar bedrijf zou leiden en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het financiële belang van verzoekster spoedeisend was, maar dat een diepgaande inhoudelijke beoordeling niet passend was in deze voorlopige procedure. De aanwezigheid van glyfosaat werd als een ernstige inbreuk op de biologische productiemethode gezien, waarop SKAL op grond van de relevante verordeningen bevoegd was tot intrekking van het certificaat.
Verzoeksters beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel werd verworpen. SKAL had voldoende gemotiveerd dat decertificering noodzakelijk was om het vertrouwen van de consument in biologische producten te waarborgen. De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit niet onredelijk was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.