ECLI:NL:CBB:2020:845
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over fosfaatrechten en individuele last bij melkveebedrijf
Appellante begon in 2013 met voorbereidingen voor een melkveebedrijf, maar had op de peildatum 2 juli 2015 geen melkvee of jongvee op het bedrijf geregistreerd. Verweerder stelde het fosfaatrecht daarom op nul vast en wees het verzoek tot toepassing van de startersregeling af. Appellante voerde aan dat de regeling onredelijk was en dat zij onevenredig werd getroffen, mede door gedwongen bedrijfsbeëindiging in 2018.
Het College oordeelt dat investeringsbeslissingen van appellante niet navolgbaar zijn gezien de afschaffing van het melkquotum en de daarmee samenhangende maatregelen die toen al voorzienbaar waren. De regeling voor knelgevallen is bewust beperkt en er is geen sprake van willekeur of strijd met het gelijkheidsbeginsel. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de individuele belangen van appellante.
Verder constateert het College een overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure en veroordeelt de Staat tot een schadevergoeding van €500 en proceskosten van €262,50 aan appellante. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot vaststelling van nul fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.