ECLI:NL:CBB:2020:931
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering toewijzing betalingsrechten uit nationale reserve GLB
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin toewijzing van betalingsrechten uit de nationale reserve werd geweigerd voor bepaalde percelen. Het geschil betreft percelen 43 en 93 tot en met 95, waarbij appellante stelt dat deze percelen subsidiabele rechten zouden moeten krijgen en het uitbetalingsbedrag voor 2018 hoger had moeten zijn.
Het College overweegt dat op grond van artikel 2.9, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB alleen betalingsrechten worden toegekend voor areaal dat in 2015, 2016 of 2017 vanwege een niet-subsidiabele N-code was uitgesloten. Voor percelen 93 tot en met 95 is niet gebleken dat een dergelijke uitsluitingscode gold in het vastgestelde Natuurbeheerplan van Gelderland. Deze beroepsgrond faalt daarom.
Perceel 43 is door verweerder niet aangemerkt als subsidiabel landbouwareaal omdat het perceel verruigd is, gebaseerd op luchtfoto’s. Appellante stelde dat het perceel voor weiden wordt gebruikt, maar het College benadrukt dat het gaat om de vraag of het landbouwareaal is, niet het gebruik. De vegetatie op perceel 43 overtreft de grassen en voedergewassen, waardoor het niet als blijvend grasland kan worden aangemerkt. Ook deze beroepsgrond faalt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toewijzing van betalingsrechten uit de nationale reserve wordt ongegrond verklaard.