ECLI:NL:CBB:2020:932
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing subsidiabiliteit landbouwpercelen 45 en 188
In deze zaak heeft appellante beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin de subsidiabiliteit van landbouwpercelen 45 en 188 voor het jaar 2017 werd afgewezen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft eerder een uitspraak gedaan die de rechtsverhouding voor een groot deel bepaalde, waarbij 24 percelen als niet subsidiabel werden aangemerkt. Percelen 45 en 188 bleven onderwerp van discussie.
Verweerder had aanvankelijk per abuis een bijlage bij het bestreden besluit niet meegestuurd, maar dit is later hersteld. Het College oordeelt dat dit niet leidt tot onrechtmatigheid van het besluit. Verweerder heeft concreet en duidelijk gemotiveerd waarom de percelen 45 en 188 niet subsidiabel zijn, onder meer vanwege de aanwezigheid van bermen, bomenrijen en het feit dat de grassen en kruiden onder de bomen niet overheersend zijn.
Appellante heeft deze feiten onvoldoende weersproken. Het College wijst erop dat de luchtfoto’s niet duidelijk maken dat appellante de bomenrijen of bermen niet heeft ingetekend, en dat de oppervlakte langs de weg tot drie meter breed niet als landbouwgrond wordt meegeteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidiabiliteit van percelen 45 en 188 blijft gehandhaafd.