ECLI:NL:CBB:2020:935
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afkeuring subsidiabele landbouwpercelen wegens onduidelijke motivering
Appellante, een maatschap, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Landbouw om bepaalde percelen landbouwgrond af te keuren als niet subsidiabel voor de basis- en vergroeningsbetaling 2018. Verweerder had percelen afgekeurd wegens vermeende verruiging, verstruiking of te veel bomen per hectare.
Tijdens de zitting bleek dat verweerder geen verklaring kon geven voor het volledig afkeuren van enkele percelen die op luchtfoto’s deels als subsidiabel waren aangeduid. Ook was niet met zekerheid vast te stellen waar de bomen precies stonden, waardoor de afkeuring wegens te veel bomen onvoldoende gemotiveerd was. Appellante betwistte de verruiging en toonde aan dat zij de percelen had gemaaid.
Het College oordeelde dat het bestreden besluit ondeugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het. Verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen, waarbij de uitspraak in acht wordt genomen. Het griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de afkeuring van percelen.