ECLI:NL:CBB:2020:94
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- T. Pavićević
- D. Brugman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking aanvraag uitbetaling GLB-betalingsrechten wegens geen kennelijke fout
Appellante diende een aanvraag in voor uitbetaling van betalingsrechten in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor het jaar 2017. Verweerder stelde echter vast dat een aantal percelen niet subsidiabel waren vanwege hun natuurbeheerstatus en wees appellante hierop in een brief van 1 juni 2017. Naar aanleiding hiervan trok appellante de aanvraag voor deze percelen in de gecombineerde opgave van 29 juni 2017 in.
Verweerder handhaafde het besluit om alleen de percelen uit de laatste opgave in aanmerking te nemen en wees het bezwaar van appellante af. Appellante voerde aan dat sprake was van een kennelijke fout en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat verweerder niet openheid gaf over een lopende beroepsprocedure over de N-codes.
Het College oordeelde dat de intrekking van de aanvraag geen kennelijke fout was, omdat appellante bewust had gehandeld naar aanleiding van de brief van verweerder. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verweerder op grond van de geldende regelgeving moest beslissen op de laatst ingediende opgave. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was en de burgerlijke rechter bevoegd is voor schade door onrechtmatige regelgeving of informatieverstrekking.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.