ECLI:NL:CBB:2020:98
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrecht en startersregeling melkveebedrijf zonder omgevingsvergunning
Appellant exploiteerde een melkveebedrijf zonder over een omgevingsvergunning of melding Activiteitenbesluit te beschikken, maar maakte gebruik van een kennisgeving die zijn vader in 1992 had gedaan. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast en weigerde de toepassing van de startersregeling omdat appellant niet voldeed aan de vergunningvereisten.
Appellant stelde dat hij een eigen bedrijf was gestart en dat de vergunningvereiste een bovenwettelijke eis vormde. Het College oordeelde dat de kennisgeving van de vader niet toereikend was voor appellant als nieuw gestart bedrijf en dat verweerder terecht het fosfaatrecht had vastgesteld zonder toepassing van de startersregeling.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, werd dit gebrekkige besluit met het vervangingsbesluit adequaat gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar appellant kreeg wel vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen vanwege het gebrek in de motivering van het eerste besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangingsbesluit wordt ongegrond verklaard en appellant krijgt proceskostenvergoeding toegekend.