1.2Bij het primaire besluit heeft verweerder het bedrag van de basis- en vergroeningsbetaling vastgesteld dat appellante ontvangt. Verweerder heeft – voor zover hier van belang – de subsidiabele oppervlakte van perceel 29, dat hij heeft gesplitst in de percelen 29, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 122 en 123, kleiner vastgesteld dan appellante had opgegeven.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder – voor zover hier van belang – de subsidiabele oppervlakte van perceel 123 opnieuw vastgesteld. Bij het herzieningsbesluit heeft verweerder perceel 29 gesplitst in de percelen 29, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 122, 123, 203, 204 en 205 en de subsidiabele oppervlakte van deze percelen (opnieuw) vastgesteld. Van de door appellante opgegeven oppervlakte van 24,37 hectare (ha) voor het oorspronkelijke perceel 29 heeft verweerder in totaal 9,82 ha subsidiabel geacht.
3. Appellante betwist de vaststelling door verweerder van de subsidiabele oppervlakte van de percelen 29, 96, 97, 98, 99, 100, 101, 122, 123, 203, 204 en 205. Daarnaast voert appellante aan dat verweerder de percelen niet enkel op basis van luchtfoto’s mocht beoordelen.