Appellante, een rundveehouder, betwistte het door de minister van Landbouw vastgestelde fosfaatrecht, omdat 177 jongvee jonger dan één jaar volgens haar ten onrechte niet als melkvee werden aangemerkt. De minister had het fosfaatrecht vastgesteld op basis van de registratie en bestemming van de dieren op de peildatum 2 juli 2015.
Het College oordeelde dat de bestemming van de dieren op de peildatum bepalend is voor de classificatie als melkvee. Hoewel de dieren geregistreerd stonden als jongvee, was op basis van gecombineerde opgaven en bedrijfsgegevens aannemelijk dat deze dieren niet voor de melkveehouderij werden gehouden, maar voor vleesproductie. Verwijzingen van appellante naar verkoopfacturen en een oud krantenartikel konden dit niet overtuigend weerleggen.
Het College concludeerde dat de minister terecht geen fosfaatrechten toekende voor de 177 jongvee in diercategorie 101. Tevens werd geen motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek vastgesteld in het bestreden besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.