Appellante, een vleesveehouderij, voerde beroep aan tegen het besluit van verweerder waarin geen fosfaatrechten werden toegekend voor 20 stuks jongvee jonger dan 1 jaar (fokstiertjes). Zij stelde dat deze dieren onder de definitie van melkvee vallen en daarom fosfaatrechten moeten krijgen.
Het College oordeelde dat jongvee voor de vleesveehouderij niet onder de wettelijke definitie van melkvee valt zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel kk, van de Meststoffenwet. De indeling in diercategorie 101 van de Uitvoeringsregeling, die relevant is voor excretieforfaits, leidt niet tot toekenning van fosfaatrechten.
Daarnaast stelde het College vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden. Daarom werd verweerder veroordeeld tot betaling van €333,33 en de Staat tot €166,67 aan immateriële schadevergoeding. Ook werden verweerder en de Staat elk veroordeeld tot betaling van €187 aan proceskosten van appellante.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd voor de behandeling van het beroep zelf.