ECLI:NL:CBB:2021:1078
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- J.L.W. Aerts
- W.A.J. van Lierop
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking wegens twijfel aan ongeschiktheid dier voor transport
Appellante kreeg een boete opgelegd omdat een big ongeschikt voor transport zou zijn vervoerd. De toezichthoudend dierenarts constateerde bij controle in het slachthuis een ontsteking die volgens hem minimaal 15 uur eerder was ontstaan, wat zou betekenen dat de big al bij aanvang van het transport ongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante als houder verantwoordelijk was en dat de overtreding voldoende was vastgesteld. Appellante betwistte dit en voerde aan dat de ontsteking mogelijk pas tijdens het vervoer was ontstaan en dat de big op meerdere momenten als transportwaardig was beoordeeld.
Het College van Beroep oordeelde anders dan de rechtbank en vond voldoende grond voor twijfel aan de conclusie dat de big al bij aanvang van het transport ongeschikt was. Gezien het feit dat het om een boete gaat, moet twijfel in het voordeel van appellante uitvallen. Daarom werd de boete vernietigd en het primaire besluit herroepen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het College benadrukte het belang van een zorgvuldige beoordeling van het tijdstip van ontsteking en de transportwaardigheid in de keten van transport.
Uitkomst: De boete wegens het vervoeren van een ongeschikte big wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen vanwege twijfel over het tijdstip van ontsteking.