Appellante, houdstermaatschappij van diverse ondernemingen, stelde een klacht in tegen de huisaccountant van [naam 9] over diens bereidheid om de controle van de earn-out jaarcijfers van [naam 7] + uit te voeren. De earn-out was onderdeel van een Stock Purchase Agreement (SPA) uit 2013. De accountant had zich bereid verklaard de controle uit te voeren, maar stelde voorwaarden waaronder instemming van appellante.
De accountantskamer verklaarde de klachten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) niet van toepassing was omdat er nog geen aanvaarde opdracht was. Ook werd geoordeeld dat de controle vaktechnisch onderzocht mocht worden en dat het staken van het voorbereidend onderzoek na een ingediende tuchtklacht niet onzorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de accountant niet onafhankelijk was en dat de controle vaktechnisch onmogelijk was, en dat het staken van het onderzoek en het handelen in de arbitrageprocedure onzorgvuldig was. Het College volgde de accountantskamer en oordeelde dat er geen sprake was van schending van beroepsregels, dat de onafhankelijkheid niet ontbrak, en dat het staken van het onderzoek gerechtvaardigd was vanwege de bedreiging van onafhankelijkheid door de klacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.