ECLI:NL:CBB:2021:1107
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beslissing over geheimhouding en kennisneming in hoger beroep inzake vergunning PostNL en concentratie Sandd
In deze zaak staat de beoordeling centraal of bepaalde stukken in het hoger beroep vertrouwelijk moeten blijven en alleen door het College mogen worden ingezien. Het betreft een procedure tussen RM, de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, PostNL en De Vos Diensten over besluiten van de ACM en EZK omtrent een vergunning en concentratie tussen PostNL en Sandd.
De rechter-commissaris heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht een afweging gemaakt tussen het belang van openbaarheid en het belang van bescherming van concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens en persoonsgegevens. De meeste stukken zijn als vertrouwelijk aangemerkt en de kennisneming door anderen dan het College wordt beperkt om onevenredige nadelen te voorkomen.
Een uitzondering vormt een getekende overeenkomst tussen RM en PostNL (stuk B39A), waarvan de beperking van kennisneming is afgewezen omdat deze al bij een partij bekend is. Het College verzoekt partijen om binnen twee weken aan te geven of zij instemmen met het gebruik van de vertrouwelijke stukken als grondslag voor uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris verzocht een nieuwe versie van het teruggezonden stuk B39A aan te leveren.
De beslissing benadrukt het belang van zorgvuldigheid en evenwicht tussen transparantie en bescherming van gevoelige informatie in bestuursrechtelijke procedures over mededingingsrecht en vergunningverlening.
Uitkomst: Beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken is grotendeels gerechtvaardigd, met uitzondering van één stuk dat wordt teruggezonden en waarvoor een nieuwe versie moet worden aangeleverd.