ECLI:NL:CBB:2021:111
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en ongeoorloofde staatssteun onder Nitraatrichtlijn
Appellant, exploitant van een melkveebedrijf, maakte bezwaar tegen het door de minister van Landbouw vastgestelde fosfaatrecht, gebaseerd op de Meststoffenwet en de Nitraatrichtlijn. Hij betoogde dat het fosfaatrechtenstelsel geen toereikende grondslag in de Nitraatrichtlijn heeft en dat het stelsel ongeoorloofde staatssteun oplevert.
De minister stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dieraantallen op 2 juli 2015, met toepassing van een generieke korting. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard waarna appellant beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel voldoet aan artikel 5 van Pro de Nitraatrichtlijn en dat het stelsel door de Europese Commissie is goedgekeurd als zijnde in overeenstemming met de EU-regels voor staatssteun op milieugebied. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard.