Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2021 in de zaak tussen
Maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [plaats] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit, stelt het fosfaatrecht van appellante vast op 2.301 kg en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.068,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,- aan appellante te vergoeden;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan appellante van een schadevergoeding van € 500,-.
Bijlage
- appellante hield in 2015 gemiddeld 44,1 melkkoeien;
- op 2 juli 2015 hield zij 44 melkkoeien, 19 stuks jongvee jonger dan 1 jaar en 21 stuks jongvee ouder dan 1 jaar;
- de totale melkproductie over de 338 dagen waarover gegevens bekend zijn is 283.245 kg (263.373 kg geleverd aan Campina + 19.872 kg gesepareerde melk).