ECLI:NL:CBB:2021:148
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabele hectares en betalingsrechten in GLB-uitbetaling 2017
Appellante, een landbouwonderneming, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw over de vaststelling van de basis- en vergroeningsbetaling voor 2017. Het geschil betrof de juiste vaststelling van subsidiabele hectares op percelen 13, 15 en 34, waarbij sprake was van verruiging, verrommeling en een springweide, en de verwerking van gehuurde betalingsrechten van Natuurmonumenten.
De minister had op basis van luchtfoto’s delen van de percelen afgekeurd als niet-subsidiabel landbouwareaal en perceel 34 volledig afgewezen vanwege de aanwezigheid van springtoestellen, ondanks dat appellante stelde dat deze waren verwijderd. Het College bevestigde dat de minister terecht de oppervlakte had vastgesteld, omdat de luchtfoto’s uit 2017 de situatie in dat jaar weergeven en de overgelegde latere foto’s geen concrete informatie bevatten over 2017.
Daarnaast speelde de verwerking van de overdracht van 13,36 betalingsrechten van Natuurmonumenten aan appellante. Hoewel deze overdracht pas in november 2017 met terugwerkende kracht was verwerkt, oordeelde het College dat de minister niet verplicht was een actueel overzicht te verschaffen en appellante zelf verantwoordelijk was voor het bijhouden van haar rechten op de peildatum. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding wegens het niet kunnen verzilveren van betalingsrechten werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen; de vaststelling van subsidiabele hectares en betalingsrechten is juist.