Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2021 in de zaken tussen
Mts. [naam 1] , te [plaats 1] , appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Regeling
Feiten
Besluitvorming van verweerder
Omvang van het geding
niet-ontvankelijk verklaren. Appellante heeft voorts ter zitting het beroep in zaaknummer 18/2180 ingetrokken, zodat daarop geen beslissing van het College zal volgen. Het College zal hierna het bestreden besluit 1, zoals gewijzigd bij het wijzigingsbesluit, het bestreden besluit 2 en het wijzigingsbesluit beoordelen in het licht van de daartegen aangevoerde gronden.
Beoordeling van de beroepsgronden
MDV-stal gebouwd. Appellante heeft daartoe een Nbw-vergunning voor 170 melkkoeien en 121 stuks jongvee verkregen. Het College acht het gelet op de gedwongen verplaatsing begrijpelijk dat appellante op de haar toegewezen nieuwe locatie gebruik heeft gemaakt van de bestaande ruimte die daar bestond om uit te breiden. Niet gesteld of gebleken is immers dat er voor appellante bij continuering van haar bedrijfsactiviteiten voor deze door genoemde partijen mogelijk gemaakte verplaatsing een reëel alternatief was. Appellante kan in zoverre niet worden tegenworpen dat zij in het zicht van productiebeperkende maatregelen haar bedrijf op de nieuwe locatie heeft uitgebreid ten opzichte van de historische bedrijfsgrootte tot het op de nieuwe locatie toegestane aantal van 136 melkkoeien en 103 stuks jongvee. De keuze om op de nieuwe locatie verder te groeien naar een bedrijf met 170 melkkoeien en 121 stuks jongvee is evenwel te beschouwen als een eigen ondernemerskeuze die voor haar rekening komt.
Slotsom
Beslissing
de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.