ECLI:NL:CBB:2021:194
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: geen individuele en buitensporige last door fosfaatrechtenstelsel
Appellante, een maatschap die een melkveebedrijf exploiteert op twee locaties, had haar bedrijf in 2014 en 2015 uitgebreid en daarvoor investeringen gedaan. Op de peildatum 2 juli 2015 hield zij minder dieren dan waarvoor zij investeringen had gedaan, mede door het overlijden van een beoogd bedrijfsopvolger. Zij stelde dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op haar legde en dat haar recht op eigendom was geschonden.
Het College oordeelde dat het fosfaatrechtenstelsel niet leidt tot een individuele en buitensporige last voor appellante. De financiële gevolgen van het stelsel zijn onvoldoende om dat aan te nemen. De investeringsbeslissingen van appellante waren ondernemerskeuzes die zij zelf moest dragen, zeker gezien de afschaffing van het melkquotum en de verwachte productiebeperkende maatregelen.
Appellante had geen bedrijfseconomische noodzaak voor de uitbreiding aangetoond; de uitbreiding was vooral ingegeven door de wens tot bedrijfsopvolging. Ook het niet benutten van een knelgevallenregeling was niet relevant omdat de situatie zich niet voordeed. Het belang van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn woog zwaarder dan de belangen van appellante.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.