ECLI:NL:CBB:2021:21
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling fosfaatrecht op grond van Meststoffenwet
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf, betwistte het door de minister van Landbouw vastgestelde fosfaatrecht op haar bedrijf, stellende dat het fosfaatrechtenstelsel niet noodzakelijk is voor de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn en dat het stelsel ongeoorloofde staatssteun oplevert.
De minister had het fosfaatrecht vastgesteld op basis van de Meststoffenwet, rekening houdend met de dierenaantallen op de peildatum 2 juli 2015 en een generieke korting toegepast. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard en zij stelde beroep in bij het College van Beroep.
Het College oordeelde dat het beroep niet slaagt omdat eerdere rechtspraak de noodzaak van het fosfaatrechtenstelsel bevestigt en de Europese Commissie het stelsel heeft goedgekeurd als milieubeschermingsmaatregel zonder dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Tevens is voldoende gemotiveerd ingegaan op de bezwaargronden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.