ECLI:NL:CBB:2021:339
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten voor starter en zelfzuivelaar volgens Meststoffenwet
Appellant, een starter en zelfzuivelaar, betwistte het door de minister vastgestelde fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet. Hij voerde aan dat de gebruikte gemiddelde melkproductie van 7.500 kg per koe te laag was en dat de Nitraatrichtlijn onvoldoende grondslag bood voor het fosfaatrechtenstelsel. Tevens stelde hij dat sprake was van een individuele disproportionele last.
Het College oordeelde dat appellant terecht als starter en zelfzuivelaar wordt aangemerkt en bevestigde dat de forfaitaire gemiddelde melkproductie van 7.500 kg per koe volgens artikel 74, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet moet worden gehanteerd. De hogere door appellant voorgestelde melkproductie van 8.338 kg kan niet worden toegepast omdat dit zou leiden tot bevoordeling ten opzichte van andere zelfzuivelaars.
De bezwaren over de Nitraatrichtlijn en vermeende staatssteun werden verworpen op basis van eerdere uitspraken. De nieuwe beroepsgrond over disproportionele last werd als te laat en onvoldoende onderbouwd beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het bestreden besluit is ongegrond verklaard.