ECLI:NL:CBB:2021:52
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft op 10 december 2020 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat tot schorsing van zijn chauffeurskaart. Bij brief van 12 december 2020 werd verzoeker verzocht het griffierecht van €178,00 binnen 14 dagen te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk zou worden verklaard.
Verzoeker heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan en heeft pas op 7 januari 2021 een verzoek om ontheffing van betaling wegens betalingsonmacht ingediend, verwijzend naar een telefoongesprek van 4 januari 2021. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit verzoek te laat is ingediend, omdat het vóór het einde van de betalingstermijn had moeten gebeuren.
Gezien het niet tijdig betalen van het griffierecht en het te late verzoek om ontheffing, is redelijkerwijs vast te stellen dat verzoeker in verzuim is geweest. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.