ECLI:NL:CBB:2021:529
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last voor melkveehouder
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf te Halle, betwistte het door de minister vastgestelde fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet. Zij stelde dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last voor haar oplegt, mede omdat zij voor de peildatum onomkeerbare investeringen had gedaan om haar bedrijf uit te breiden en te verduurzamen.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en dat de Nitraatrichtlijn een voldoende grondslag biedt. Het College stelde dat niet ieder vermogensverlies een buitensporige last vormt en dat ondernemersbeslissingen in beginsel voor eigen risico zijn.
Hoewel appellante financieel werd geraakt, was zij niet in staat aannemelijk te maken dat sprake was van een individuele en buitensporige last. Het College wees erop dat appellante haar uitbreidingsplannen niet voortvarend had doorgezet en dat zij rekening had moeten houden met de afschaffing van het melkquotum en de daaraan verbonden maatregelen.
Het College concludeerde dat de belangen van milieu en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van appellante en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het fosfaatrechtenstelsel wordt ongegrond verklaard.