ECLI:NL:CBB:2021:546
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving wegens gevaarlijke voorwerpen bij paardenhouder
Appellante hield paarden en pony’s op een terrein waar een agent van de dierenpolitie op 23 november 2019 een onderzoek instelde naar het welzijn van de dieren. Uit het toezichtrapport van 6 december 2019 bleek dat er voorwerpen met scherpe randen en uitsteeksels lagen die letsel konden veroorzaken. Verweerder legde daarom een last onder bestuursdwang op met maatregelen waaronder het verwijderen van deze materialen.
Appellante stelde dat zij in een vergelijkbare situatie in 2013 in het gelijk was gesteld en dat de dieren in goede gezondheid waren, maar het College oordeelde dat het risico op verwondingen voldoende was en dat verweerder terecht handhavend optrad. De hercontrole op 7 april 2020 bevestigde dat de materialen nog aanwezig waren en verweerder schakelde een opruimbedrijf in.
Appellante voerde aan dat de bestuursdwang onterecht was toegepast en dat de kosten onterecht op haar werden verhaald, maar het College vond dat verweerder terecht de kosten bij appellante in rekening bracht. Het beroep tegen het bestreden besluit en het kostenbesluit werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder bestuursdwang en het kostenbesluit wordt ongegrond verklaard.