ECLI:NL:CBB:2021:57
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen korting op vergroeningsbetaling wegens ontbreken etiketten zadenmengsel
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit waarbij slechts een deel van de opgegeven oppervlakte voor de vergroeningsbetaling werd gehonoreerd, omdat zij niet kon aantonen dat het gebruikte zaaizaad voor vanggewassen voldeed aan de voorwaarden. Verweerder stelde dat appellante niet beschikte over de vereiste etiketten van het zaaizaad, waardoor controle niet mogelijk was en een korting op de betaling werd toegepast.
Appellante voerde in beroep aan dat zij wel aankoopbewijzen had en dat een inspectierapport van de NVWA bevestigde dat de percelen voldeden aan de voorwaarden. Tevens stelde zij dat de korting disproportioneel was. Het College oordeelde dat op grond van de Uitvoeringsregeling en Europese verordeningen etiketten en aankoopbewijzen als bewijs dienen en dat het ontbreken van etiketten de controle onmogelijk maakt.
Het digitale label dat appellante overlegde voldeed niet als bewijs, en het inspectierapport van de NVWA bood geen zekerheid omdat de NVWA destijds niet op naleving had gecontroleerd. Het beroep op een eerdere uitspraak van het College werd verworpen omdat de situatie wezenlijk verschilde. De dwingende korting op grond van de Europese verordening liet geen ruimte voor afwijking op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Het College verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de korting op de vergroeningsbetaling wegens het ontbreken van etiketten van het gebruikte zaaizaad wordt ongegrond verklaard.