ECLI:NL:CBB:2021:605
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- M. van Duuren
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Intrekking communautaire vergunning wegens ontbreken werkelijke en duurzame vestiging in Nederland
Appellante, een onderneming met een communautaire vergunning voor beroepsgoederenvervoer, kreeg deze vergunning ingetrokken door verweerster vanwege het niet voldoen aan de vestigingseis in Nederland zoals vereist door Verordening 1071/2009.
De kern van het geschil was of appellante daadwerkelijk en duurzaam in Nederland gevestigd was. Hoewel appellante was ingeschreven in het Nederlandse handelsregister, een Nederlands BTW- en loonheffingsnummer had, en Nederlandse kentekens op haar vrachtauto's, stelde verweerster dat de feitelijke bedrijfsvoering vooral vanuit Duitsland plaatsvond. Onderzoek toonde aan dat het kantoor in Nederland slechts één dag per week werd gehuurd, er geen aanwezigheid was tijdens een bedrijfsbezoek, en dat facturen een Duits adres vermeldden.
Het College oordeelde dat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 3 en Pro 5 van Verordening 1071/2009, met name dat er geen vestiging was waar documenten daadwerkelijk werden bewaard en dat de activiteiten feitelijk vanuit Duitsland werden aangestuurd. De intrekking van de vergunning werd daarom bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. Het College wees ook op het belang van correcte toepassing van de vestigingseisen, waarbij beleidsregels niet af mogen wijken van de Verordening.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de communautaire vergunning bevestigd.