ECLI:NL:CBB:2021:623
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens zelf veroorzaakte spoedeisendheid in fosfaatrechtenzaak
Verzoeker heeft een verzoek om ontheffing op grond van artikel 38, tweede lid, van de Meststoffenwet ingediend, dat door verweerder is afgewezen. Vervolgens is bezwaar gemaakt dat ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 8 juni 2021 is gebleken dat verzoeker ernstig wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering doordat hij niet kan handelen in melk van zijn koeien. Verweerder stelde dat verzoeker zelf de situatie heeft veroorzaakt door de verkoop van zijn fosfaatrechten en daarna alsnog ontheffing vroeg.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat de belemmering voortvloeit uit eigen handelen van verzoeker. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het spoedeisend belang door verzoeker zelf is veroorzaakt.