ECLI:NL:CBB:2021:660
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoeker diende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in tegen de schorsing van zijn chauffeurskaart door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Nadat de Minister het primaire besluit herroept had, trok verzoeker het verzoek tot voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de intrekking van het verzoek het gevolg was van de tegemoetkoming door het bestuursorgaan. Op grond van de artikelen 8:84, vijfde lid, en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is in dat geval een kostenveroordeling mogelijk.
De voorzieningenrechter veroordeelde de Minister tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00 en het griffierecht van € 181,00 aan verzoeker. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 juni 2021 en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.
Uitkomst: De Minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 534,00 proceskosten en € 181,00 griffierecht aan verzoeker.