ECLI:NL:CBB:2021:671
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toewijzing betalingsrechten uit Nationale reserve voor starters wegens eerdere landbouwactiviteiten
Appellante, een vennootschap onder firma, verzocht om toewijzing van betalingsrechten uit de Nationale reserve voor starters. Verweerder wees de aanvraag af omdat een van de vennoten, [naam 2], vanaf 2011 een landbouwbedrijf voor eigen rekening en risico heeft gehad, waardoor niet aan de startersvoorwaarden wordt voldaan.
Appellante voerde aan dat er sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, onder meer door het ontbreken van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en persoonlijke omstandigheden zoals het overlijden van familieleden. Verweerder stelde dat deze omstandigheden niet tijdig waren gemeld en onvoldoende waren om overmacht aan te nemen.
Het College oordeelde dat appellante niet voldoet aan de startersdefinitie zoals opgenomen in Verordening 1307/2013, omdat [naam 2] eerder landbouwactiviteiten heeft verricht. Ook is geen sprake van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in de relevante regelgeving en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de startersvoorwaarden voor toewijzing van betalingsrechten.