ECLI:NL:CBB:2021:703
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in fosfaatrechtzaak
Appellante, exploitant van een melkveehouderij, maakte bezwaar tegen het vastgestelde fosfaatrecht door verweerder op grond van de Meststoffenwet. Na een bezwaarprocedure en beroep bij het College werd het beroep ongegrond verklaard. Het College oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom het beroep op de knelgevallenregeling en artikel 1 EP Pro niet slaagde.
Daarnaast stelde het College vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden met 17 maanden, zonder dat er verzachtende omstandigheden waren. De overschrijding werd toegerekend aan zowel verweerder als de Staat, waarbij verweerder verantwoordelijk was voor het grootste deel. Daarom werd appellante een schadevergoeding toegekend van in totaal €1.500,-, verdeeld over verweerder en de Staat.
Het College veroordeelde verweerder en de Staat ook tot betaling van de proceskosten van appellante, waarbij de kosten gelijk verdeeld werden. De uitspraak werd gedaan door mr. M.C. Stoové, met mr. T. Kuiper als griffier, op 6 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard, maar zij ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.