ECLI:NL:CBB:2021:761

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
20 juli 2021
Zaaknummer
20/755
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing tegemoetkoming COVID-19 op grond van buitenwettelijk begunstigend beleid

Appellante diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19. Op de peildatum 15 maart 2020 was haar onderneming geregistreerd onder SBI-code 73.11, die slechts voor standbouwers in Bijlage 1 van de Beleidsregel was opgenomen. Appellante voerde aan dat haar feitelijke activiteiten en latere wijzigingen in het handelsregister niet waren meegenomen, waardoor het beleid te rigide werd toegepast.

Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond omdat de beoordeling uitsluitend gebaseerd moest zijn op de op de peildatum geregistreerde SBI-code. Het College bevestigde dat de Beleidsregel als buitenwettelijk begunstigend beleid moet worden gezien, waarbij alleen getoetst kan worden of het beleid consistent is toegepast. Wijzigingen na de peildatum zijn niet relevant.

Het College oordeelde dat verweerder het beleid consistent heeft toegepast en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. De aanvraag van appellante werd daarom terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tegemoetkoming COVID-19 is ongegrond verklaard omdat de SBI-code op de peildatum leidend is en het beleid consistent is toegepast.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/755

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

13 juli 2021 in de zaak tussen

[naam] , te [plaats] , appellante,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels en C. Zieleman).

Procesverloop

Bij besluit van 14 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd appellante een tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel).
Bij besluit van 10 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2021. Appellante is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College op 13 juli 2021 uitspraak gedaan.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Appellante heeft een aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel ingediend. Over de onderneming waren op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code 73.11 (‘Reclamebureaus’) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ‘Grafisch ontwerpbureau’. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
3. Appellante erkent dat zowel de SBI-code als de omschrijving van haar bedrijfsactiviteiten waarmee zij op de peildatum was ingeschreven in het handelsregister niet aansluiten bij haar feitelijke activiteiten. Op 13 april 2020 is de bedrijfsomschrijving gewijzigd naar ‘Grafisch ontwerpbureau voor culturele sector’ en is de SBI-code met terugwerkende kracht aangepast aan de bedrijfsomschrijving (74.10.1 ‘Communicatie- en grafisch ontwerp’). Vervolgens is op 22 april 2020 met terugwerkende kracht de bedrijfsomschrijving gewijzigd naar ‘Grafisch ontwerpbureau voor culturele sector. Fotografie’ en staat appellante met terugwerkende kracht ingeschreven onder de SBI-codes 74.10.1 (‘Communicatie- en grafisch ontwerp’) en 74.20.1 (‘Fotografie’). De SBI-code 74.20.1 staat wel in Bijlage 1. De activiteiten van bedrijven, waaronder die van appellante, zijn meestal veel omvattender dan de omschrijving in het handelsregister van de KvK. Bovendien dateerde de op 15 maart 2020 in het handelsregister gehanteerde bedrijfsomschrijving van 20 jaar terug. Door hier geen rekening mee te houden, heeft verweerder de Beleidsregel te rigide toegepast en is het bestreden besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
4. Verweerder stelt dat het bezwaar terecht ongegrond is verklaard. De op de peildatum geregistreerde SBI-code 73.11 was weliswaar opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregel maar alleen voor zover het om een standbouwer ging. Niet in geschil is dat daarvan geen sprake is. De op de peildatum geregistreerde bedrijfsomschrijving past niet bij een andere in Bijlage 1 opgenomen SBI-code. De bedrijfsomschrijving op de peildatum komt namelijk overeen met SBI-code 74.10.1 welke niet in Bijlage 1 staat. Dat appellante met haar feitelijke werkzaamheden, waaronder fotografie, en de wijziging in het handelsregister na
15 maart 2020 wel onder de reikwijdte van de Beleidsregel zou kunnen vallen, maakt dit niet anders. De SBI-code 74.20.1 is wel in Bijlage 1 van de Beleidsregel opgenomen, maar het lag op de weg van appellante om (tijdig) te zorgen voor een (meer uitgebreide) bedrijfsomschrijving in het handelsregister van de KvK die volledig was en in overeenstemming met haar feitelijke werkzaamheden. In tegenstelling tot de SBI-codes, die vast omschreven zijn, kan de bedrijfsomschrijving door de betreffende onderneming vrij worden bepaald.
5. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer opgenomen dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast. Er is geen ruimte voor toetsing aan de redelijkheid en billijkheid. Verweerder heeft zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Niet de feitelijke activiteiten, maar wat op de peildatum is geregistreerd in het handelsregister is leidend. Verweerder hoeft geen rekening te houden met wijzigingen die in het handelsregister zijn doorgevoerd na de peildatum, ook niet als het gaat om wijzigingen met terugwerkende kracht. In het geval van appellante heeft verweerder de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel dan ook terecht afgewezen omdat de SBI-code waaronder appellante op 15 maart 2020 was geregistreerd, weliswaar is vermeld in Bijlage 1, maar alleen voor zover het om een standbouwer gaat. Niet in geschil is dat daarvan geen sprake is.
6. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat de bedrijfsomschrijving zoals die op de peildatum was geregistreerd, geen aanknopingspunten biedt voor een andere daarbij passende SBI-code die in Bijlage 1 is vermeld. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.
7. Het College volgt verweerder in het standpunt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen.
7. Het beroep is ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, in aanwezigheid van
mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2021.
de voorzitter is verhinderd de de griffier is verhinderd de
uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen