Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 6] RA, te [plaats 1] , ( [naam 6] )
Procesverloop in hoger beroep
11 oktober 2019, met nummer 18/2250 Wtra AK (www.tuchtrecht.nl, ECLI:NL:TACAKN:2019:68). Dit hoger beroep is bij het College geregistreerd met zaaknummer 19/1752.
Grondslag van het geschil
25 maart 2014, [naam 3] op 26 maart 2014, [naam 4] op 12 mei 2015 en [naam 5] B.V. op
2 april 2016.
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Het College zal in het navolgende eerst ingaan op het hoger beroep van
[naam 6] met betrekking tot de gegrond verklaarde klachtonderdelen a, d en e en vervolgens op het hoger beroep van [naam 1] met betrekking tot de ongegrond verklaarde klachtonderdelen b, c, f en g.
€ 1.120.000,-. Verder had [naam 23] in 2012 een positief resultaat behaald van € 246.000,- (voor belastingen). Bij de controle van de jaarrekening 2012 van [naam 8] heeft [naam 6] de verslechterde markt en het verlies van [naam 23] in het eerste vier maanden van 2013 ter hoogte van € 40.000,- als indicatie voor bijzondere waardevermindering gesignaleerd. Daarbij kan men overigens de vraag stellen of een en ander wel daadwerkelijk als indicaties konden worden beschouwd, omdat de verwachting ook daar was dat deze niet daadwerkelijk tot een waardevermindering van de immateriële vaste activa zou leiden. In dit kader heeft het management van [naam 8] een impairmentanalyse opgesteld, die [naam 6] op
3 juli 2013 ontving nadat hij de controleverklaring bij de jaarrekening 2012 van [naam 2] al had ondertekend. Hij heeft deze analyse in het kader van de controle van de jaarrekening 2012 van [naam 8] beoordeeld, maar daarbij ook gekeken of deze nieuwe informatie in de weg stond aan het verstrekken van zijn goedkeurende verklaring bij de jaarrekening van [naam 2] . Dat was niet het geval. Ook als een impairmentanalyse voor laatstgenoemde jaarrekening geïndiceerd zou zijn geweest, wat niet het geval was, kan worden gesteld dat hij toen hij de verklaring afgaf over alle informatie beschikte. Hooguit kan hem dan worden verweten dat hij de verklaring later had moeten dateren. Dat is echter niet de klacht.
- gezien de solvabiliteitseisen - dat dit vermogensbestanddeel in ieder geval niet lager werd ingeschat, heeft [naam 6] naar het oordeel van het College voldoende uiteengezet waarom hij deze post, gezien de aard van de onderneming en de beperkte gevoeligheid van het pand te [plaats 2] voor waardedalingen als gevolg van marktomstandigheden, niet als (significant) risico heeft aangemerkt. De omstandigheid dat latere taxaties een lagere waarde vermelden en dat het onroerend goed in het kader van het faillissement voor een (aanzienlijk) lager bedrag is verkocht dan het bedrag dat in de jaarrekeningen was verantwoord, vormen op zichzelf geen indicatie voor een gebrek in de door [naam 6] verrichte controlewerkzaamheden.
Beslissing
uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen