ECLI:NL:CBB:2021:861
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking chauffeurskaart wegens niet overleggen nieuwe verklaring omtrent gedrag
Appellante kreeg een chauffeurskaart met geldigheid tot 2025, maar na informatie van de Justitiële Informatie Dienst werd van haar verlangd een nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen. Zij voldeed niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek, waarop de chauffeurskaart werd ingetrokken op grond van dwingendrechtelijke bepalingen.
Appellante voerde aan dat zij rechtsmiddelen had aangewend tegen de afwijzing van haar VOG-aanvraag en dat zij haar werkzaamheden met plezier verrichtte. Zij verzocht de procedure aan te houden in afwachting van de strafzaak en het hoger beroep over de VOG.
Het College oordeelde dat verweerder verplicht was de chauffeurskaart in te trekken na het niet tijdig overleggen van de VOG, zonder ruimte voor belangenafweging. Het verzoek tot aanhouding werd afgewezen omdat het niet tot onrechtmatig handelen van verweerder zou leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de chauffeurskaart is ongegrond verklaard omdat appellante geen nieuwe VOG heeft overgelegd.