ECLI:NL:CBB:2021:885
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Herziening fosfaatrecht melkveehouderij wegens onjuiste melkproductie en redelijke termijnoverschrijding
Appellante exploiteert een melkveehouderij en betwistte de vaststelling van haar fosfaatrecht door verweerder, omdat een deel van de melkproductie door medicijngebruik niet was meegenomen. Het primaire besluit stelde het fosfaatrecht vast op basis van forfaitaire normen en een generieke korting. Na bezwaar en beroep stelde het College vast dat de door appellante aangeleverde handgeschreven medicijnlogboeken en koekaarten voldoende bewijs vormden om de hogere melkproductie aannemelijk te maken.
Het geschil spitste zich toe op de melkproductie van drie koeien, waarvan één correct werd aangepast en twee andere niet. Het College oordeelde dat de melkproductie van appellante ten onrechte te laag was vastgesteld en corrigeerde deze naar 1.345.443 kg melk, wat leidde tot een hogere vaststelling van het fosfaatrecht op 7.098 kg.
Daarnaast constateerde het College een overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsfase, waarbij de overschrijding deels aan verweerder en deels aan het College werd toegerekend. Op grond hiervan werd appellante een schadevergoeding van € 2.000,- toegekend, waarvan € 1.473,68 door verweerder en € 526,32 door de Staat der Nederlanden moet worden betaald.
Het College vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit, stelt het fosfaatrecht vast op basis van de gecorrigeerde melkproductie, en veroordeelt verweerder en de Staat tot betaling van proceskosten en schadevergoeding.
Uitkomst: Het College vernietigt het bestreden besluit, stelt het fosfaatrecht vast op 7.098 kg en kent schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.