ECLI:NL:CBB:2021:898
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Investeringssubsidie duurzame energie voor zonneboilers wegens ontbreken stimulerend effect
Appellant diende drie subsidieaanvragen in voor zonneboilers bestemd voor appartementen die hij verhuurt. Verweerder wees deze aanvragen af omdat zij als zakelijke aanvragen moeten worden beschouwd en de zonneboilers al vóór de aanvraag waren aangeschaft, waardoor niet voldaan is aan het stimulerend effect zoals vereist in het Europese steunkader.
Appellant voerde aan dat de aanvragen niet zakelijk zijn omdat hij de appartementen privé verhuurt en geen winst nastreeft. Ook stelde hij dat hij zelf in één van de appartementen woont en de installatie mede voor eigen gebruik is. Het College oordeelde echter dat de aanvragen als zakelijk moeten worden aangemerkt omdat de appartementen worden verhuurd en appellant deelneemt aan het economisch verkeer.
Het College wees het beroep af omdat de subsidieaanvragen niet voldeden aan artikel 10, tweede lid, van het Kaderbesluit, dat kosten gemaakt vóór de aanvraag niet subsidieert, tenzij het een particuliere aanvraag betreft, wat hier niet het geval was. De uitzondering voor particuliere aanvragen geldt alleen voor installaties bestemd voor de eigen woning, wat niet van toepassing is omdat de installatie ook voor verhuurde appartementen is bestemd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het College bevestigde daarmee het standpunt van verweerder dat de subsidieaanvragen terecht zijn afgewezen vanwege het ontbreken van het stimulerend effect en de zakelijke aard van de aanvragen.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de subsidieaanvragen voor zonneboilers zijn terecht afgewezen wegens ontbreken van het stimulerend effect en zakelijke aard.