Appellante diende een melding in met een niet-aansluitende en een ontbrekende SBI-code voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19. Verweerder wees deze aanvragen af omdat de op de peildatum geregistreerde SBI-code niet in de bijlage van de Beleidsregel was opgenomen en de bedrijfsomschrijving niet overeenkwam met een toegestane SBI-code.
Appellante wijzigde later met terugwerkende kracht de SBI-code en bedrijfsomschrijving, maar verweerder hield vast aan de registratie op de peildatum als leidend. Appellante stelde dat het College niet bevoegd was en dat de procedure in strijd was met het Handvest en EVRM, wat niet werd onderbouwd.
Het College oordeelde dat de Beleidsregel als buitenwettelijk begunstigend beleid moet worden toegepast en alleen op consistentie kan worden getoetst. Verweerder had zijn beleid consistent toegepast en hoefde geen rekening te houden met latere wijzigingen in het handelsregister. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.