Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
te [plaats] , verzoeksters
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de uitspraak te tekenen de uitspraak te tekenen
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoeksters, bestaande uit Maatschap en twee B.V.'s, hebben bezwaar gemaakt tegen een last onder bestuursdwang opgelegd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen omdat zij meenden dat de dwangsom en de korte termijn onredelijk waren en dat het besluit kennelijk onrechtmatig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van spoedeisend belang. Verzoeksters gaven aan uitvoering te zullen geven aan de last, maar niet binnen de gestelde termijn. Er waren geen onomkeerbare gevolgen en geen aanwijzingen dat zij de dwangsom niet konden betalen. Bovendien was vastgesteld dat de minister bevoegd was tot handhaving en dat geen hercontrole of invordering op korte termijn te verwachten was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter R.H. Koopmans op 23 september 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.