Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 mei 2022 op het hoger beroep van:
[naam 1] , te [plaats 1] , appellant
[naam 3] RA en [naam 4] RA(betrokkenen)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant en zijn ex-echtgenote gaven gezamenlijk opdracht aan een accountant om als neutraal financieel adviseur te informeren over de waarde van een BV en het inkomen van appellant via de vennootschappen, inclusief inzicht in de rekening-courantschuld. Appellant diende een klacht in tegen de accountant wegens vermeende partijdigheid, onduidelijkheden in het rapport en onjuiste kosten.
De accountantskamer verklaarde de klacht ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de accountant zich had laten beïnvloeden door zijn ex-echtgenote, onvoldoende transparant was geweest en het rapport onvolledig en te laat had opgeleverd. Tevens stelde appellant dat de accountant onterecht aparte gesprekken voerde en niet adequaat met klachten was omgegaan.
Het College overwoog dat de accountant niet in strijd met fundamentele beginselen had gehandeld, dat de opdracht niet inhield het oplossen van het echtscheidingsgeschil en dat de kosten conform afspraken waren gefactureerd. Nieuwe klachten werden buiten beschouwing gelaten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de klacht tegen de accountant wordt afgewezen.