ECLI:NL:CBB:2022:21

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 januari 2022
Publicatiedatum
14 januari 2022
Zaaknummer
20/990
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing tegemoetkoming COVID-19 op grond van niet-passende SBI-codes

Appellant heeft op 4 mei 2020 een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming COVID-19 op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19. De aanvraag werd afgewezen omdat de SBI-codes waaronder appellant op 15 maart 2020 in het handelsregister stond geregistreerd, niet voorkomen in de bijlage van de Beleidsregel. Appellant wijzigde na afwijzing met terugwerkende kracht zijn SBI-code, maar dit werd niet meegenomen bij de beoordeling.

Verweerder voerde aan dat de bedrijfsomschrijving en de oorspronkelijke SBI-codes niet aansluiten bij een ambulante onderneming of horeca, en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om van de Beleidsregel af te wijken. Het College oordeelde dat verweerder zijn beleid consistent heeft toegepast en dat wijzigingen in het handelsregister na de peildatum niet relevant zijn.

Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het College benadrukte dat de Beleidsregel als buitenwettelijk begunstigend beleid alleen op consistente toepassing kan worden getoetst.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tegemoetkoming wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/990

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2022 in de zaak tussen

[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [woonplaats] , appellant,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniëls en mr. S. van Rijn).

Procesverloop

Bij besluit van 3 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellant voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel) afgewezen.
Bij besluit van 5 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2021. Appellant is verschenen, bijgestaan door [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Het College heeft het onderzoek ter zitting geschorst en appellant de gelegenheid geboden om nadere informatie te verstrekken. Bij brief van 13 september 2021 heeft appellant van die gelegenheid gebruik gemaakt, waarop verweerder bij brief van 23 september 2021 heeft gereageerd. Op 23 oktober 2021 heeft appellant een nadere reactie ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek gesloten zonder nadere zitting.

Overwegingen

Aanleiding van deze procedure
1. Appellant heeft op 4 mei 2020 een aanvraag ingediend op grond van de Beleidsregel. Op 15 maart 2020 stond de onderneming van appellant in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) geregistreerd met de SBI-codes 43.99.9 (overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw) en 41.20 (algemene burgerlijke en utiliteitsbouw). Verder stond bij de bedrijfsomschrijving ‘non destructief onderzoek, all-round klusser’ vermeld. Naar aanleiding van de afgewezen aanvraag heeft appellant SBI-code 41.20 met terugwerkende kracht gewijzigd in SBI-code 74.201 (non destructief radio fotograaf).
2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat het bedrijf van appellant staat geregistreerd op zijn privéadres en appellant op 15 maart 2020 niet stond ingeschreven in het Handelsregister met een SBI-code behorende bij een ambulante onderneming of een horecaonderneming. Daar komt bij dat de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten in het Handelsregister ook niet aansluit bij een SBI-code voor een ambulante onderneming of een horeca-onderneming. Volgens verweerder zijn er in het geval van appellant geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een reden kunnen zijn om van de Beleidsregel af te wijken.
Standpunt appellant
3. Appellant voert aan dat zijn feitelijke werkzaamheden bestaan uit het inspecteren van leidingen met behulp van röntgenfoto’s. Bij deze werkzaamheden past geen SBI-code, waardoor de KvK een verkeerde code heeft toegekend. Naar aanleiding van de afwijzing van de aanvraag heeft appellant de SBI-code gecorrigeerd. De SBI-code 71.20.2 (keuring en controle van machines, apparaten en materialen) die volgens verweerder bij de onderneming past, is ook niet juist. Appellant houdt zich enkel bezig met technisch fotograferen. De keuring en controle wordt verricht door anderen. Appellant verzoekt zijn aanvraag te beoordelen aan de hand van SBI-code 74.20.1 (non destructief radio fotograaf). Verder heeft appellant foto’s en betalingsbewijzen van de door hem gehuurde bedrijfsruimte overgelegd.
Verweer
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij de aanvraag van appellant terecht heeft afgewezen. Daartoe voert hij aan dat de SBI-codes waarmee appellant op 15 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister niet zijn opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregel. Ook past de bedrijfsomschrijving, waarmee appellant op 15 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister, niet bij de SBI-code 74.20.1. Verweerder verwijst daarbij naar de toelichting bij de SBI-codes en merkt op dat daarin geen radiografische fotografie, röntgenfotografie of iets van vergelijkbare strekking staat vermeld. Gelet op de door appellant gegeven toelichting en de bedrijfsomschrijving, is verweerder van mening dat de SBI-code 71.20.2 wel passend is.
Volgens de toelichting bij deze SBI-code omvat deze klasse onder meer het inspecteren van alle mogelijke materialen en technische installaties. Ook omvat deze klasse de inspectie van rioleringen en gas- en olietransportleidingen al dan niet met camera’s. De SBI-code 71.20.2 is echter niet opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregel, zodat geen tegemoetkoming aan appellant kan worden toegekend.
Beoordeling door het College
5. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer geoordeeld dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.
6. Het College is van oordeel dat verweerder zijn beleid in het geval van appellant op consistente wijze heeft toegepast. De SBI-codes waarmee appellant op 15 maart 2020 in het handelsregister stond geregistreerd, te weten 43.99.9 en 41.20, staan niet vermeld in Bijlage 1 van de Beleidsregel, zodat appellant op basis daarvan niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming. Dat appellant na de afwijzing van zijn aanvraag de SBI-code heeft gecorrigeerd naar 74.20.1, betekent niet dat verweerder de aanvraag van appellant alsnog had moeten toewijzen. Wijzigingen in het handelsregister die na 15 maart 2020 (met terugwerkende kracht) zijn doorgevoerd hoeft verweerder niet bij de beoordeling van de aanvraag te betrekken.
7. Anders dan appellant is het College van oordeel dat de door verweerder genoemde SBI-code 71.20.2 wel passend is bij de bedrijfsomschrijving die op 15 maart 2020 was geregistreerd. Zoals verweerder terecht heeft geconstateerd, is deze SBI-code niet opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregel. Daarnaast toetst verweerder of de bedrijfsomschrijving aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in Bijlage 1 is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in het geval van appellant geen sprake van is. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.
8. Het College volgt verweerder in het standpunt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen.
Conclusie
9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. C.M.J. Rouwers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2022.
De voorzitter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.