ECLI:NL:CBB:2022:25

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 januari 2022
Publicatiedatum
17 januari 2022
Zaaknummer
21/536
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19Art. 19 Handelsregisterwet 2007Art. 11 Handelsregisterbesluit 2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing subsidieaanvraag TVL wegens niet-ingeschreven SBI-code op peildatum

Appellante diende een aanvraag in voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) op basis van de SBI-code 46.41.1 (Groothandel in kledingstoffen en fournituren), die echter niet op 15 maart 2020, de peildatum, in het handelsregister stond geregistreerd. Verweerder wees de aanvraag af omdat de toen geregistreerde SBI-code 70.10.2 (Holdings, geen financiële) niet voor subsidie in aanmerking komt.

Appellante voerde aan dat haar feitelijke bedrijfsactiviteiten wel onder de juiste SBI-code vallen en dat zij dit met terugwerkende kracht in het handelsregister heeft aangepast. Het College oordeelde dat de beoordeling uitsluitend gebaseerd moet zijn op de registratie op de peildatum en dat wijzigingen met terugwerkende kracht buiten beschouwing blijven.

Het College stelde vast dat de bedrijfsomschrijving op de peildatum niet overeenkomt met de gevraagde SBI-code en dat de verantwoordelijkheid voor correcte registratie bij appellante ligt. Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het de subsidie toe niet toe.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van de juiste SBI-code op de peildatum.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/536

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2022 in de zaak tussen

[naam 1] B.V., te [plaats] , appellante

(gemachtigde: [naam 2] ),
en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J. Scholtes).

Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) afgewezen.
Bij besluit van 19 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2021. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld door [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Aanleiding van deze procedure
2. Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de TVL.
3. Over de onderneming van appellante was op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code 70.10.2 (Holdings (geen financiële)) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ”Het oprichten en verwerven van,
het deelnemen in, het samenwerken met, het besturen van, alsmede het (doen)
financieren van andere ondernemingen in welke rechtsvorm dan ook”.
4. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de SBI-code waarmee appellante op 15 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister niet is opgenomen in de bijlage bij de TVL. In bezwaar heeft verweerder onderzocht of met toepassing van artikel 2, derde lid, van de TVL een uitzondering kon worden gemaakt. De bedrijfsomschrijving op 15 maart 2020 kan volgens verweerder echter niet worden gekoppeld aan een SBI-code die wel in aanmerking komt voor subsidie in het kader van de TVL. In het bestreden besluit heeft verweerder opgenomen dat, voor de bepaling van welke SBI-code moet worden uitgegaan, de registratie op de peildatum leidend is. De SBI-code 46.41.1 (Groothandel in kledingstoffen en fournituren) is pas na de peildatum toegevoegd, zodat daarmee geen rekening kan worden gehouden. Verder geeft de TVL verweerder geen ruimte om op basis van feitelijke bedrijfsactiviteiten subsidie te verlenen. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
Standpunt appellante
5. Appellante heeft aangevoerd dat zij een bedrijf uitoefent waarop de SBI-code 46.41.1, “Groothandel in kledingstoffen en fournituren” van toepassing is, die in tegenstelling tot de SBI-code 70.10.2, wel is opgenomen in de bijlage bij de TVL. Verweerder is ten onrechte uitgegaan van de SBI-code 70.10.2. Deze sluit niet aan bij de feitelijke hoofdactiviteiten van haar onderneming. Appellantes onderneming behoort te vallen onder SBI-code 46.41.1. Ter zitting heeft appellante toegelicht dat ook uit haar statuten, die opgesteld zijn voor de peildatum, blijkt dat zij een groothandel is. Inmiddels heeft appellante dat met terugwerkende kracht aangepast in het handelsregister van de KvK. Aan de wijziging met terugwerkende kracht van de activiteiten van appellante in het handelsregister had verweerder niet voorbij mogen gaan. Verweerder heeft in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het doel van de TVL gehandeld door geen gehoor te geven aan de feitelijke situatie.
Beoordeling door het College
6. Tussen partijen is niet in geschil dat de SBI-code 46.41.1 op de peildatum 15 maart 2020 niet in het handelsregister vermeld stond.
7. Verweerder is terecht voorbij gegaan aan de feitelijke bedrijfsactiviteiten van appellante. De TVL biedt geen ruimte om rekening te houden met feitelijke bedrijfsactiviteiten. Het College volgt verweerder in het standpunt dat hij geen rekening hoefde te houden met wijzigingen die in het handelsregister zijn doorgevoerd na de peildatum van 15 maart 2020, ook niet als het gaat om wijzigingen met terugwerkende kracht.
8. Als appellante zou bedoelen dat verweerder ten onrechte in de bedrijfsomschrijving geen aanknopingspunt heeft gevonden om aansluiting te zoeken bij de SBI-code 46.41.1, volgt het College appellante daarin niet. Uit de bedrijfsomschrijving zoals die op de peildatum vermeld stond in het handelsregister (Holdings (geen financiële)) is niet af te leiden dat appellante groothandelsactiviteiten verricht. Dat dit wel uit haar statuten valt af te leiden, doet daar niet aan af. Anders dan de bedrijfsomschrijving in het handelsregister, spelen de statuten immers geen rol in beoordeling of appellante al dan niet in aanmerking komt voor de TVL. De verantwoordelijkheid voor het vermelden van de juiste bedrijfsomschrijving in het handelsregister ligt, gelet op hetgeen is bepaald in artikel 19 van Pro de Handelsregisterwet 2007 en artikel 11 van Pro het Handelsregisterbesluit 2008, bij appellante.
9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers in aanwezigheid van mr. M.H. van Kersbergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2022.
De voorzitter en de griffier zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
BIJLAGE
Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL)
Artikel 2 van Pro de TVL luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“1. De minister verstrekt eenmalig een subsidie aan een getroffen MKB-onderneming om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten in de maanden juni, juli, augustus en september van 2020.
2. De subsidie wordt enkel verstrekt aan een MKB-onderneming:
a. waarvan het omzetverlies ten minste 30% bedraagt;
b. waarvan de uitkomst van de vermenigvuldiging van de omzet in de referentieperiode met de ratio tussen de vaste kosten en de omzet van een gemiddeld bedrijf, zoals per sector genoemd in de vierde kolom van de tabel in de bijlage, ten minste € 4.000 bedraagt;
c. die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven;
d. waarvan de hoofd- of nevenactiviteit, waaronder de MKB-onderneming op 15 maart 2020 is ingeschreven in het handelsregister met de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling, in de bijlage is opgenomen, zoals in voorkomend geval nader geclausuleerd in derde kolom van de tabel in de bijlage;
e. die:
1°. voor zover het een MKB-onderneming, niet zijnde een horecaonderneming of een ambulante onderneming, betreft:
– ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming; of
– een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of
2°. voor zover het een horecaonderneming betreft ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft.
3. In afwijking van het tweede lid, aanhef en onderdeel d, wordt subsidie verstrekt aan een MKB-onderneming indien uit de aanduiding van de uitgeoefende activiteit of activiteiten van de onderneming, waaronder de onderneming op 15 maart 2020 is ingeschreven in het handelsregister, ten genoegen van de minister blijkt dat de onderneming een hoofd- of nevenactiviteit uitvoert die in de bijlage is opgenomen, zoals in voorkomend geval nader geclausuleerd in derde kolom van de tabel in de bijlage.”
Handelsregisterwet 2007 (Hrw)
Op grond van artikel 19, eerste lid, van de Hrw doen de daartoe verplichte personen, met inachtneming van het bij algemene maatregel van bestuur bepaalde, de opgaven die de Kamer nodig heeft om ervoor te zorgen dat de in artikel 9 tot Pro en met 14, 15a, tweede lid, en 16a, eerste lid, genoemde en de in artikel 17, onderdeel a, bedoelde gegevens te allen tijde juist en volledig in het handelsregister ingeschreven zijn.
Handelsregisterbesluit 2008 (Hrb)
Op grond van artikel 11, aanhef en onder b, van het Hrb wordt in het handelsregister over een onderneming opgenomen een korte aanduiding van de uitgeoefende activiteit of activiteiten.