ECLI:NL:CBB:2022:335
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen besmetverklaring salmonella pluimveebedrijf
Verzoeker exploiteert een pluimveevermeerderingsbedrijf met drie stallen, waarvan stal 1 besmet werd verklaard met zoönotische salmonella typhimurium na een positieve routinebemonstering op 30 mei 2022. Verzoeker betwist de juistheid van deze uitslag en verzoekt om een verificatietest en schorsing van de besmetverklaring.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft het beleid aangepast op grond van Europese regelgeving, waarbij dieren bij een positieve test direct worden geruimd en een hertest alleen in uitzonderlijke gevallen wordt toegepast. De regelgeving laat een verificatietest toe alleen als de bevoegde autoriteit reden heeft om te twijfelen aan de juistheid van de eerste test.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de twijfel van verzoeker onvoldoende is om een verificatietest te rechtvaardigen, omdat de regelgeving dit alleen toestaat bij uitzonderlijke gevallen waarin de autoriteit zelf twijfelt. De eigen negatieve hertests van verzoeker en de situatie met aangrenzende stallen zijn onvoldoende gronden.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de interpretatie van de regelgeving is in voorbereiding, maar een uitspraak wordt pas in de tweede helft van 2023 verwacht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de besmetverklaring salmonella wordt afgewezen.