ECLI:NL:CBB:2022:346
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing subsidiabel landbouwareaal perceel 97 voor GLB-betalingen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om bij de vaststelling van de basis- en vergroeningsbetaling voor 2020 delen van perceel 97 niet als subsidiabel landbouwareaal mee te rekenen. Verweerder had de zuidzijde van het perceel afgekeurd vanwege verruigde grond door eerdere baggeropslag en een onbeteeld pad aan de zuidoostzijde.
Appellante stelde dat de vegetatieverschillen op de zuidzijde geen reden waren voor afkeuring en dat de beschadigde inrit geen pad was maar na werkzaamheden was ingezaaid met kruidenrijk grasland. Het College oordeelde echter dat de vegetatie op het perceelsgedeelte verruigd was en dat het filmpje uit 2022 niet kon aantonen hoe de situatie in 2020 was.
Daarnaast werd het onbeteelde pad met rijwielsporen als transportweg aangemerkt en niet als subsidiabel landbouwareaal. Het College achtte het niet aannemelijk dat het pad in 2020 was ingezaaid, omdat er geen opgekomen vegetatie zichtbaar was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot afwijzing van delen van perceel 97 als subsidiabel landbouwareaal is ongegrond verklaard.