ECLI:NL:CBB:2022:355
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing graasdierpremie wegens te late accountantsverklaring
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor de graasdierpremie over het jaar 2020, waarvoor een accountantsverklaring vereist is die aantoont dat zijn landbouwactiviteiten een substantieel deel van zijn economische activiteiten vormen. De accountantsverklaring moest uiterlijk op 9 juni 2020 worden ingediend. Appellant diende deze verklaring echter pas op 29 april 2021 in, tijdens de bezwaarprocedure.
Verweerder wees de aanvraag af vanwege deze te late indiening en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant stelde dat hij niet tijdig was geïnformeerd over het ontbreken van de verklaring en dat dit de reden was voor de vertraging. Het College oordeelde echter dat verweerder wel tijdig had geïnformeerd, onder meer via de Gecombineerde Opgave 2020, waarin duidelijk stond dat een accountantsverklaring uiterlijk op 15 mei 2020 moest worden ingediend.
Hoewel er sprake was van een miscommunicatie in april 2021 over de accountantsverklaring voor 2021, deed dit niet af aan het feit dat de verklaring voor 2020 te laat was ingediend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de accountantsverklaring te laat is ingediend.