ECLI:NL:CBB:2022:421
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing subsidie sanering varkenshouderijen wegens geen geurgevoelig object
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag op grond van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. De kern van het geschil betreft de vraag of een woning aan een bepaald adres kan worden aangemerkt als een geurgevoelig object volgens de regeling.
De regeling definieert een geurgevoelig object als een verblijfsobject met woonfunctie, dat niet een bedrijfswoning is van een landbouwonderneming en dat op grond van het bestemmingsplan mag worden gebruikt voor menselijk wonen. Appellante stelde dat de feitelijke situatie doorslaggevend is en dat de woning gesplitst is van de veehouderij en eigendom is van een derde zonder relatie tot de veehouderij.
Verweerder stelde dat het bestemmingsplan leidend is en dat de woning formeel een relatie heeft met de veehouderij, waardoor het geen geurgevoelig object is. Het College oordeelt dat de regeling strikt de planologische bestemming als maatstaf neemt en dat de woning op een agrarische bestemming staat, waardoor deze niet als geurgevoelig object kan worden aangemerkt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de woning geen geurgevoelig object is volgens het bestemmingsplan.