Verzoeker kreeg op 3 mei 2022 een last onder dwangsom opgelegd en op 13 juni 2022 een last onder bestuursdwang vanwege overtredingen van de Wet dieren, waaronder onvoldoende schone en geschikte huisvesting voor katten, cavia's, kanaries en een moederhond.
De voorzieningenrechter beoordeelde de spoedeisendheid en rechtmatigheid van de besluiten in een voorlopige voorziening. Verzoeker had niet voldaan aan enkele maatregelen, met name het ontbreken van schuilmogelijkheden voor cavia's en onvoldoende vliegruimte voor kanaries. De rechter twijfelde echter aan de verplichting tot een schuilmogelijkheid voor cavia's indien deze voldoende beschermd zijn tegen roofdieren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de kleine ingreep en geringe kosten onvoldoende zwaarwegend belang opleveren om de maatregelen te schorsen. Ook de procedurele fout bij het behandelen van het bezwaarschrift leidde niet tot verval van de last onder dwangsom. Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.