ECLI:NL:CBB:2022:518
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C. Stoove
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing melkproductie zonder melkrobot bij fosfaatrecht
Appellante, exploitant van een biologisch melkveebedrijf, betwistte het herzieningsbesluit van 22 juli 2021 waarin het fosfaatrecht werd vastgesteld. Het geschil spitste zich toe op de melkproductie van 53 melkkoeien die niet met een melkrobot werden gemolken. Appellante stelde dat deze koeien gezamenlijk 506.588 kg melk hadden geproduceerd, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
In eerdere besluiten had verweerder het fosfaatrecht vastgesteld op basis van verschillende aannames en normen, met meerdere herzieningen en intrekkingen. Na schikkingsonderhandelingen werd het herzieningsbesluit genomen, waarbij verweerder uitging van een lagere melkproductie dan door appellante gesteld.
Het College oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd voor de gestelde melkproductie zonder melkrobot, bijvoorbeeld door het ontbreken van facturen of een gedetailleerde administratie. De schatting van appellante werd als onvoldoende geacht. Daarom bleef het herzieningsbesluit in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. M.C. Stoove op 9 augustus 2022.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard omdat de melkproductie van 53 melkkoeien zonder melkrobot onvoldoende is onderbouwd.