ECLI:NL:CBB:2022:654
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- S.C. Stuldreher
- H.L. van der Beek
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onvoldoende bedwelming van varkens bij slacht
Appellante, een varkensslachterij, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het onvoldoende bedwelmen van varkens voorafgaand aan hun doding, wat leidde tot ernstig vermijdbaar lijden. Dit werd vastgesteld door een toezichthouder van de NVWA tijdens een controle op 27 september 2016, die waarnam dat meerdere varkens ademden, met de ogen knipperden en reageerden op steken met het mes.
De minister legde op basis van deze bevindingen een boete van €4.000 op, welke door appellante werd aangevochten. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en het College bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Appellante voerde aan dat de camerabeelden de waarnemingen van de toezichthouder niet ondersteunen en stelde dat de waargenomen ademhaling en oogbewegingen normale reflexen waren.
Het College oordeelde dat het rapport van bevindingen, op ambtseed opgesteld, betrouwbaar is en dat de toezichthouder voldoende deskundig was om de overtreding vast te stellen. De argumenten van appellante werden niet gegrond bevonden. De boete werd gehandhaafd omdat de overtreding wettelijk vaststaat en matiging van de boete werd niet toegewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €4.000 wegens onvoldoende bedwelming van varkens en verklaart het hoger beroep ongegrond.