ECLI:NL:CBB:2022:686
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens te late aanvraag derogatievergunning melkveebedrijf
Appellant, een professioneel melkveehouder, diende op 2 februari 2021 een aanvraag in voor een derogatievergunning, terwijl de aanvraagtermijn op 31 januari 2021 was gesloten. Verweerder wees de aanvraag af wegens te late indiening en handhaafde dit besluit na bezwaar. Appellant voerde persoonlijke omstandigheden aan, waaronder mantelzorg en zorg voor thuislerende kinderen, als reden voor de te late aanvraag. Tevens stelde hij dat het onrechtvaardig was om hem te sanctioneren terwijl verweerder fouten zou maken.
Het College overwoog dat de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet strikt voorschrijft dat aanvragen uiterlijk op 31 januari moeten worden ingediend en dat deze regeling geen ruimte laat voor een belangenafweging of coulance, behalve bij overmacht, wat niet was vastgesteld. Appellant wordt geacht als professioneel landbouwer op de hoogte te zijn van deze regelgeving. Verweerder had appellant bovendien tijdig op de deadline gewezen.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat het College oordeelde dat de regeling niet onevenredig is en dat appellant zelf verantwoordelijk is voor de tijdige indiening. De financiële gevolgen van de afwijzing zijn voor risico van appellant. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening van de derogatievergunningaanvraag.