Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2022 in de zaak tussen
h.o.d.n. [naam 2] ,appellant ( [naam 1] )
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De minister van Economische Zaken en Klimaat stelde bij besluit van 16 juni 2021 de subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL 1) voor de periode juni tot en met september 2020 voor appellant op nihil vast.
Appellant diende een bezwaarschrift in dat buiten de wettelijke termijn van zes weken viel. De minister verklaarde het bezwaar op 6 december 2021 niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Appellant stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Het College oordeelde dat appellant bewust had ingestemd met digitale correspondentie en dat de minister het besluit digitaal mocht verzenden. Appellant werd via e-mail op de hoogte gesteld van het besluit, wat hem de mogelijkheid gaf tijdig bezwaar te maken. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College kwam niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het TVL-besluit. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens te late indiening.