ECLI:NL:CBB:2022:750
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op subsidie TLTO wegens niet aannemelijk gemaakte uitbreiding teeltoppervlak
Appellante exploiteert een orchideeënkwekerij en vroeg subsidie aan onder de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 (TLTO). De subsidieaanvraag werd aanvankelijk toegewezen, maar bij het primaire besluit stelde de minister vast dat de omzetderving minder dan 30% bedroeg, waardoor de subsidie op nihil werd vastgesteld en het voorschot werd teruggevorderd.
Het geschil betrof de vraag of appellante recht had op een afwijkende berekening van de tegemoetkoming op basis van een vermeende vergroting van het teeltoppervlak met meer dan 10% na 12 maart 2017. Appellante stelde dat het teeltoppervlak was uitgebreid door efficiëntere benutting van de kasruimte, meer banen in de koude afdeling, meer containers per baan en vergroting van het bruto en netto teeltoppervlak per container.
Verweerder betwistte dit en stelde dat de regeling geen grond biedt om de tegemoetkoming te berekenen op basis van het aantal plantenpotten of containers. Appellante kon haar stellingen niet aannemelijk maken met facturen of andere bewijsmiddelen. Het College volgde verweerder en oordeelde dat de omzetderving terecht was vastgesteld conform het tweede lid van artikel 2 van Pro de TLTO, wat resulteerde in een nihil subsidie.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering van het voorschot werd niet onrechtmatig bevonden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op nihil.