ECLI:NL:CBB:2022:781
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen spoedbestuursdwang in zaak dierenwelzijn
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit tot spoedbestuursdwang waarbij 56 katten en 6 honden in bewaring zijn genomen wegens ernstige overtredingen van het Besluit houders van dieren, waaronder onhygiënische huisvesting en gebrek aan medische verzorging. De toezichthouder en dierenarts constateerden ernstige gezondheidsproblemen en besmettingen onder de dieren, waaronder niesziekte, Giardia en Campylobacter, en een onhoudbare situatie die onmiddellijke actie vereiste.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de spoedbestuursdwang terecht was toegepast omdat de situatie zodanig ernstig was dat direct ingrijpen noodzakelijk was. Verzoekster had onvoldoende gemotiveerde argumenten tegen het toezichtrapport ingebracht en had niet kunnen aantonen dat de situatie op 5 oktober 2022 nog verbeterd was. Het belang van het welzijn en de gezondheid van de dieren woog zwaarder dan het belang van verzoekster om haar dieren terug te krijgen.
Verzoekster kon onder voorwaarden een deel van haar dieren terugkrijgen nadat deze waren hersteld en de opvangkosten waren voldaan. Verweerder had toegezegd dat de dieren niet aan derden zouden worden overgedragen tot 2 december 2022. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de spoedbestuursdwang waarbij dieren in bewaring zijn genomen, wordt afgewezen.